Welschbillig

De gemeente Welschbillig bestaat uit de deelgemeenten Träg, Hofweiler, Möhn, Ittel en Welschbillig

Welschbillig staat vooral vanwege zijn Romeinse en middeleeuwse verleden tot ver buiten de grenzen van de regio bekend. Al in de Romeinse tijd kozen de keizers die in Trier resideerden Welschbillig als hun zomerverblijf en lieten in de omgeving van een voormalige villa een sier- en roeivijver aanleggen, die omringd werd door 112 hermen.
Het grootste deel van deze hermenkoppen is tot nu toe geborgen en is te bezichtigen in het Landesmuseum van Trier. Dit complex werd ontdekt tijdens de bouw van de huidige parochiekerk en wordt beschouwd als uniek aan deze kant van de Alpen.
In de 12e eeuw bouwden de keurvorsten van Trier op dit terrein een waterburcht met vier grote hoektorens en een gracht van 10 tot 20 meter breed. Na de verwoesting van het kasteel rond 1673 zijn alleen resten van de noordwestelijke toren en de poortgebouw met zijn twee ronde torens en een stenen grachtbrug bewaard gebleven. Van de 1,5 kilometer lange stadsmuur zijn nog enkele resten zichtbaar. Op het kasteelterrein bevinden zich tegenwoordig de kerk en het gemeentehuis. Een prachtige omgeving om burgerlijk of kerkelijk te trouwen.

In 1291 verleende keizer Rudolf van Habsburg Welschbillig stadsrechten. Gedurende vele eeuwen was Welschbillig als administratief centrum het middelpunt voor de dorpen in de omgeving. Ook vandaag de dag richten de omliggende plaatsen zich nog steeds op Welschbillig, dat over een klein zakencentrum beschikt. Met de architectonisch veelgeprezen cultuur- en marktschuur beschikt Welschbillig bovendien over een regionaal gewaardeerd evenementencentrum.

Bezienswaardigheden

10 resultaten
10 resultaten